Last modified: Tuesday September 22nd, 1999

Werken met dolfijnen: Een uitdaging!

English version

Al in de oudheid, bij de Grieken, hadden de mensen belangstelling voor dolfijnen. Deze mysterieuze waterdieren boezemden ontzag in en werden vaak als godheden vereerd. Aristoteles deelde de dolfijnen in bij de vissen, want ze leefden immers in het water en hadden geen vacht of zo. Pas veel later is men gaan inzien, dat het geen vissen waren, maar zoogdieren. Ze halen adem met behulp van longen, zijn warmbloedig en baren levende jongen die gezoogd worden.

Alvorens in te gaan op de verzorging van dolfijnen in gevangenschap, wil ik wat informatie geven over de biologie van dolfijnen, en dan met name van de bekendste dolfijnensoort, de tuimelaar, Tursiops truncatus. De tuimelaar is een soort die wereldwijd verspreid is. Er zijn wat verschillen tussen de diverse populaties, maar over het algemeen worden alle tuimelaars tot dezelfde soort gerekend. De meeste dolfijnen die je in europese dolfinaria aantreft, komen uit de Golf van Mexico. Daar worden ze meestal niet groter dan zo'n 3 meter. In de Noordzee bijvoorbeeld komen tuimelaars voor die meer dan 4 meter lang zijn. Meestal leven de tuimelaars in vrij kleine groepjes, van zo'n 4 tot 6 dieren. Deze groepjes kunnen zich soms samenvoegen tot grote scholen, maar dat is meestal maar tijdelijk. In deze groepjes jagen ze ook op vis, hun hoofdvoedsel. De soorten vis die ze eten wisselt per gebied en per seizoen.

Hoe oud dolfijnen kunnen worden is niet precies bekend, maar vermoedelijk ligt de maximum leeftijd zo rond de 35 tot 40 jaar. Vrouwtjes worden geslachtsrijp als ze tussen de 6 en 12 jaar oud zijn. Mannetjes zijn volwassen als ze zo'n 10 tot 12 jaar oud zijn. De draagtijd is vrij lang: ongeveer 12 maanden. Het jong, normaal gesproken maar één per keer, wordt onder water geboren. Meestal komt bij de geboorte de staart het eerst. Maar ook geboortes waarbij de kop het eerst komt zijn niet ongewoon en kunnen goed verlopen. Na het breken van de navelstreng zwemt het jong op eigen kracht naar het oppervlak voor de eerste ademhaling. Soms helpt de moeder, of een andere dolfijn, het jong, maar normaal gesproken is dat niet nodig. Vlak na de geboorte zwemt het jong met de moeder mee. Het neemt dan een positie in in de buurt van de rugvin, waardoor het als het ware meegetrokken wordt door de 'boeggolf' van de moeder. Hierdoor volgt het de moeder zonder zich al te veel in te spannen. Kort na de geboorte zoogt het jong voor het eerst. De melkklieren bevinden zich naast de geslachtsopening van het vrouwtje. De melk, die erg veel vet bevat, wordt als het ware in de bek van het jong gespoten, zodat de zoogperiodes zeer kort kunnen zijn. Het jong blijft zogen tot het zo'n 9 tot 12 maanden oud is. Geleidelijk gaat het dan over op het eten van vis.

Wat betekent dit alles voor de verzorging van dolfijnen in gevangenschap? Zoals al gezegd is het hoofdvoedsel van dolfijnen vis. Erg kieskeurig wat betreft de vissoorten zijn ze niet. Wel moeten ze vaak even wennen aan nieuwe soorten. Het eerste waaraan een net gevangen dolfijn moet wennen is het eten van dode vis, aangezien het niet doenlijk is om ze levende vis te voeren. Soms gaat dit moeiteloos, maar het kan soms ook wel een paar weken duren voordat ze uit zichzelf dode vis eten. De vissoort die het meest gebruikt wordt als dolfijnenvoedsel is haring. Maar ook makreel, sprot, wijting, lodde en ook inktvis kunnen op het menu staan. Het belangrijkste is dat de vis van goede kwaliteit is en zo weinig mogelijk vervuilende stoffen bevat. Afhankelijk van de samenstelling van het dieet en het vetgehalte van het voedsel, kan een volwassen dolfijn 6 tot 9 kilo vis per dag eten. Zogende wijfjes eten soms wel twee keer zoveel. Bij goede kwaliteit vis is het eigenlijk niet nodig extra vitamines te geven, behalve vitamine B1. Sommige vissoorten, waaronder haring en sprot, bevatten het enzym thiaminase, dat vitamine B1 afbreekt. Als het dieet die soorten bevat is extra B1 noodzakelijk. Het geven van vaak dure multi-vitamine preparaten is overbodig als je goed voedsel gebruikt.

Een dolfijn brengt zijn hele leven door in het water. Het zal duidelijk zijn dat het dus van groot belang is dat het water van goede kwaliteit is. Aangezien dolfijnen zeedieren zijn, ligt het voor de hand dat ze in zout water gehouden moeten worden. Zeewater heeft een zoutgehalte van ongeveer 3,5 % en het water in een dolfijnentank zal dan ook ongeveer dat zoutgehalte moeten hebben. Dat water moet uiteraard goed schoon gehouden worden en de zuiveringsinstallatie is dan ook een essentieel onderdeel van een dolfinarium. De meeste dolfinaria gebruiken dezelfde zuiveringsmethode die in zwembaden wordt toegepast. Het water wordt gefilterd door grote zandfilters en wordt gedesinfecteerd door toevoeging van chloor. Bij juist gebruik geeft chlorering een acceptabele waterkwaliteit. Maar vaak geeft het gebruik van chloor aanleiding tot huid- en ademhalingsproblemen. Correcte chlorering van zout water is namelijk nogal lastig. Recent onderzoek in Engeland heeft uitgewezen, dat er veelal giftige, irriterende of kankerverwekkende bijprodukten ontstaan. Daarom is er de laatste jaren veel geëxperimenteerd met andere zuiveringsmethoden. Een alternatief is het gebruik van ozon voor desinfectie, soms in combinatie met een heel lichte chlorering. Bij een dolfinarium, dat in 1985 in Tampere in Finland is gebouwd is gekozen voor een heel andere aanpak. Daar wordt het water biologisch gezuiverd, op dezelfde wijze als dat gebeurd in bijvoorbeeld de rioolwaterzuivering en de drinkwaterbereiding. Omdat in dit systeem, in tegenstelling tot gechloreerde systemen, nauwelijks enig waterverlies optreedt, is het mogelijk een watersamenstelling te handhaven die dicht bij die van natuurlijke zeewater ligt. Zeewater bevat naast (keuken-)zout ook nog allerlei andere zouten, waarvan calcium- en magnesiumzouten de belangrijkste zijn, en diverse spore- elementen, waaronder koper en zink. Er zijn aanwijzingen, dat dolfijnen die elementen ook uit het water kunnen opnemen. Daarom is het van belang deze elementen toe te voegen als dit mogelijk is om een zo optimaal mogelijke omgeving te creëren. Helaas is het niet mogelijk om bestaande installaties om te bouwen naar biologische zuiveringsinstallaties. Maar het is een alternatief waar je bij eventuele nieuwbouw niet omheen kunt.

Opmerking toegevoegd na publicatie: de dierentuin in Duisburg, Duitsland, gebruikt een biologisch zuiveringssysteem voor het nieuwe dolfinarium, en het Dolfinarium in Harderwijk gebruikt een biologisch systeem voor de nieuwe Lagune

Veera en Joona Dolfijnen zijn in de natuur veel tijd kwijt aan jagen op voedsel. In gevangenschap krijgen ze hun voedsel zonder dat ze zich daarvoor hoeven in te spannen. Op het eerste gezicht lijkt dat een prachtsituatie voor de dieren. Dat is het echter niet. Dolfijnen die alleen maar gevoerd worden, gaan zich vervelen. Dat leidt tot stress, met alle gevolgen vandien. De dieren ontwikkelen vaak maagzweren en vertonen afwijkend gedrag, zoals apathie, zelfverminking, stereotype gedragingen of agressie. Dit kan voorkomen worden door de dieren iets te doen te geven. Vandaar dat men al vroeg is begonnen met het trainen van deze dieren. In eerste instantie werd daarbij de standaard operant conditioning techniek gebruikt: als het dier iets goed deed, kreeg het een visje. Al in de zestiger jaren kwam men erachter, dat voedsel voor deze dieren eigenlijk helemaal niet zo'n sterke beloning was. Maar pas de laatste jaren is men echt gaan experimenteren met verschillende beloningen en beloningsstrategieën. Vooral binnen de IMATA, the International Marine Animal Trainers' Association, is daar hard aan gewerkt. De persoonlijkheid van de individuele dieren staat daarbij centraal. Dit eist wat meer aandacht van de trainer, want die moet proberen van elk dier uit te vinden wat het prettig vindt. Zo kun je een dolfijn heel effectief belonen door het vriendelijk toe te spreken, aan te halen, of een geliefd spelletje te doen. Er is hier nu geen ruimte om er dieper op in te gaan, maar als er belangstelling voor bestaat, wil ik daar graag later op terug komen. Training betekent niet automatisch, dat de dieren allerlei circusachtige kunstjes leren. Dolfijnen hebben overigens vaak veel plezier in dergelijke kunsten, als ze afgewisseld worden met andere zaken. Dolfijnen kunnen ook getraind worden om mee te werken in wetenschappelijke experimenten. Hierdoor zijn we al veel over deze dieren te weten gekomen. Daarnaast kun je dolfijnen leren mee te werken aan medisch onderzoek. Normaal gesproken kun je op eenvoudige wijze bloed afnemen uit een van de aderen in de staart. Als je ze leert de staart te presenteren en een tijdje stil te liggen, kan er regelmatig bloed worden afgenomen voor routine onderzoek, zonder dat je de dieren uit het water hoeft te halen. Op vergelijkbare wijze kunnen dolfijnen getraind worden voor het nemen van maag- en faecesmonsters en voor echografie. Dit betekent dat de dieren zonder stress regelmatig onderzocht kunnen worden, zodat ziektes al in een vroeg stadium ontdekt en behandeld kunnen worden.

Als een dolfijn ziek wordt, is een van de eerste tekenen vaak het weigeren van voedsel. Dan moet er snel gehandeld worden, omdat het voedsel voor dolfijnen ook de enige bron van water is. Zeewater bevat namelijk teveel zout om als drinkwater te kunnen dienen. Eten ze enige dagen niet, dan bestaat de kans dat ze uitdrogen. Daarom moet een zieke dolfijn snel en effectief behandeld worden. Is het dier getraind voor medisch onderzoek en is het gewend aan andere vormen van belonen dan voedsel, dan is er een grote kans dat het dier onderzocht en mogelijk zelfs behandeld kan worden, zonder uit het water gehaald te worden.

Dolfijnen zijn boeiende dieren, die in gevangenschap hoge eisen stellen aan hun omgeving in de ruimste zin van het woord. Belangrijk is een hoge kwaliteit voedsel, schoon water van de juiste samenstelling en afleiding. Een intensief trainingsprogramma waarin aandacht gegeven wordt aan speelse elementen, praktische toepassingen, zoals training voor medisch onderzoek, en complexe, uitdagende opdrachten, is essentiëel voor het welzijn van deze dieren.


Jaap van der Toorn is een bioloog, gespecialiseerd in zeezoogdieren. Van 1984 tot 1987 was hij verbonden aan het Delfinaario in Tampere, Finland, waar hij verantwoordelijk was voor de training en verzorging van de dolfijnen, het educatieve programma en de controle en ontwikkeling van het biologische waterzuiveringssysteem.


Dit artikel was gepubliceerd als::
van der Toorn, J.D. 1988.
Werken met dolfijnen - Een uitdaging! De Harpij 7.4: 6-8
De Harpij is het kwartaal blad van de vereniging voor dierentuinmedewerkers in Nederland en België


Back to the Online Papers Page Back to the Main Page